Release nieuwe thriller

Lees hier het eerste hoofdstuk van de nieuwste thriller van Sietske Scholten. Na de release (zomer 2018) is het boek te koop als paperback en ebook via alle boekhandels in Nederland, België en online.

Hoofdstuk 1

Onrustig draait Mya de ring rond haar vinger om zijn as. Vanuit haar ooghoeken bekijkt ze de man naast haar die kalm de Landrover door de brede straten van de jonge villawijk bestuurt. Zijn hand ligt losjes op het stuur. De blauwe aders op de rug van zijn hand stromen als onderhuidse rivieren bergafwaarts naar zijn pols waar ze onder de mouw van zijn overhemd verdwijnen. Mya’s blik kruipt langs de strijkvouw van het witte katoen omhoog tot zijn huid bij zijn hals opnieuw tevoorschijn komt. Onder het oppervlak geven zijn geschoren stoppels zijn blanke huid een donkere zweem en ze volgt zijn kaaklijn naar de ronding van zijn spitse kin. Ze kijkt naar de lippen die ze ooit heeft gekust. Ze kijkt naar zijn diepliggende ogen die turen door de voorruit waar de weerspiegeling van een kolossaal huis voorbij glijdt. Onverwachts draait Axel zijn hoofd naar Mya. Vragend trekt hij zijn wenkbrauwen op en betrapt werpt Mya haar blik terug naar haar vingers waar ze de ring blijft draaien. Ze wil Axel niet opnieuw teleurstellen.
‘Hier is het,’ zegt hij. Hij knikt met zijn hoofd in de richting van het huis en stuurt de Landrover de oprit op. Mya dwingt zichzelf te kijken naar de grote voortuin. Een automatische grasmaaier botst tegen een afgebroken tak in het gras. Meters verderop vormt een muur van antraciete bakstenen een kubistische villa die in het midden wordt onderbroken door een verticale strook gespiegeld glas. Mya slikt en in haar onderbuik groeit de samengebalde klomp onrust als Axel de Landrover afremt en de motor uitzet. De plotselinge stilte van de motor versterkt het geluid van Axels ademhaling. Mya weet hoe hij hier naartoe heeft geleefd. Drie maanden lang heeft hij gewacht op dit moment. In iedere ademteug weerklinkt zijn onuitgesproken verwachting en de gedachten aan de uren die gaan komen, drukt Mya dieper in haar stoel. Ze voelt zijn ogen branden op haar gezicht. Opkijken naar hem durft ze niet en ze schrikt van de hand die Axel op haar bovenbeen legt. Ze bevriest het repeterende wentelen van haar ring en verstard blijft ze zitten, kijkend naar zijn hand. Minuten lijkt het te duren voor hij zwijgend zijn hand terugtrekt en zijn portier opent. Onmiddellijk dringt de koude januariwind de Landrover binnen. Mya drukt met haar hand de kraag van de lange wollen jas dichter tegen haar hals en in de achteruitkijkspiegel ziet ze Axel haar koffer uit de achterbak trekken. De koffer zet hij op het grind en hij haalt de trekstang omhoog. Met een klap gooit hij de achterklep dicht en hij trekt de koffer achter zich aan. De steentjes knarsen onder de zolen van zijn gepoetste leren schoenen als hij naar haar portier loopt. Traag draait Mya haar gezicht naar Axel als hij het portier opentrekt. In zijn ogen registreert ze een fonkeling die haar lam legt.
‘Kom,’ zegt Axel en hij wringt zijn hand tussen de rugleuning en Mya’s schouder. Zijn vingers wurmen zich onder haar oksel en met zachte dwang trekt hij aan haar arm. Zonder verzet volgt ze zijn beweging, ze zet haar witte sneakers op het grind en strekt haar benen. Ze voelt hoe hij zijn hand verplaatst naar haar heup en hij begeleidt haar naar het pad van tegels dat naar de voordeur leidt. De koffer hobbelt achter hen aan.

‘Ik ben blij dat je weer thuis bent,’ zegt Axel. In het donkere venster ziet Mya de reflectie van de vrouw naast Axels spiegelbeeld. Axel steekt de sleutel in het slot van de voordeur en glimlacht naar Mya.
‘Na jou,’ zegt hij en hij opent de deur. Aarzelend stapt Mya over de drempel. De imposante hal baadt in het licht dat tien meter hoger door de lichtkoepel naar binnen valt. Mya legt haar hoofd in haar nek. Als bevroren watervallen van beton dragen de hoge muren de grote glazen stolp, waaronder de drie verdiepingen als open lades met glazen balustrades zichtbaar zijn. Houten treden steken als horizontale staken uit het beton en laten de trappen naar een volgende verdieping zweven aan de zijkant van de grote open ruimte. Axel zet haar koffer naast de trap en loopt terug naar Mya.
‘Zal ik je jas aannemen?’ galmt zijn stem door de hal en zonder haar antwoord af te wachten glijden zijn vingers langs haar kraag, raken de huid van haar hals en trekken aan de stof die hij langs haar schouders naar achteren haalt. Haar jas hangt hij aan de kapstok en hij kijkt over zijn schouder naar Mya die genageld aan de grond in het midden van de hal is blijven staan. Haar grote ogen schieten heen en weer in haar uitdrukkingsloze gezicht.
‘Ik heb taart gehaald,’ zegt hij en al dwalend vinden Mya’s ogen Axel. Afwezig kijkt ze naar hem. Langzaam komt ze in beweging en ze volgt hem de gang door langs een schilderij van Jackson Pollock dat uitgelicht door spots de muur vult tussen de hal en de woonkamer. Mya daalt de tredes af, de verdiepte living in, waar de tuin zich uitstrekt achter de raampartij die de gehele achterkant van de villa beslaat. Buiten omzomen de strakgesnoeide buxushagen de paden van vierkante tegels die de tuin opdeelt in geometrische vlakken tot aan de rij hoge coniferen die zowel de tuin als de grens van het Amsterdams grondgebied markeren.

Voorzichtig gaat Mya zitten, kaarsrecht, op de leren hoekbank in het midden van de living. Ze legt haar benen over elkaar, haar handen gevouwen in haar schoot. Haar vingers zetten opnieuw de repeterende beweging in van het draaien van haar ring en observerend kijkt ze de living rond op zoek naar herkenning.
‘Wil je een stukje?’ roept Axel vanuit de open keuken. Zijn hoofd verdwijnt achter de deur van de Amerikaanse koelkast en hij haalt er een doos uit van wit karton. Zijn zolen tikken op de plavuizen als hij met snelle passen langs de eettafel naar Mya loopt. Hij tilt de deksel omhoog en kantelt de doos een paar graden in haar richting. ‘Welkom terug, lieve Mya!’ ziet ze in marsepeinen letters tussen het slagroom op de bovenzijde van de taart. Ze went haar gezicht af en staart naar de wuivende coniferen achterin de tuin.
‘We moeten het vieren,’ zegt Axel opgewekt en hij loopt terug naar de keuken waar hij een mes uit de bestekla pakt. De zachte structuur van de taart wijkt uiteen als hij het aansnijdt en hij schuift de punt van het mes onder het afgesneden stuk. Het metaal tikt tegen het aardewerk als hij het stuk taart overhevelt op het schoteltje.

‘Hier,’ zegt Axel monter als hij een van de twee gebaksschoteltjes overhandigt aan Mya. Met een plof laat hij zich naast haar vallen op de bank. Zijn eigen schoteltje met taart balanceert op zijn hand en zijn bovenbeen raakt kort Mya’s knie. Ongemerkt schuift ze haar benen van hem weg om een herhaling te voorkomen. Axel steekt zijn vork in zijn taart. De koelkast bromt zacht op de achtergrond als Axel een hap naar binnen werkt. Zijn speeksel mengt zich met het gebak in zijn mond en vluchtig beweegt zijn adamsappel op en neer. Onaangeroerd zet Mya haar schoteltje met taart op de salontafel.
‘Waar is de logeerkamer?’ vraagt ze.
‘Hoezo?’ Een kruimel taart ontsnapt zijn gevulde mond.
‘Ik ben moe,’ zegt Mya. Met zijn vork schraapt Axel de laatste restjes van zijn schoteltje.
‘Ik zal je onze slaapkamer laten zien,’ zegt hij, likt zijn vork af en schuift zijn schoteltje op tafel. Mya staat op en loopt weg van de bank.
‘Ik heb je gemist,’ spreekt Axel tegen haar rug als Mya de tredes van de verdiepte living bereikt. Met haar voet op de onderste tree blijft ze staan en ze staart naar de krioelende lijnen van de Pollock aan de muur in de gang.
‘Geef me tijd, Axel,’ fluistert ze en Axel tuit zijn lippen. Zijn woorden slikt hij in.
‘Goed,’ zegt hij en hij neemt een diepe teug lucht. ‘Als dat is wat je wilt.’ Hij loopt naar haar toe en legt zijn hand tegen haar schouderblad. ‘Ik zal je de logeerkamer laten zien.’

Zodra Axel het logeervertrek op de bovenste etage van de villa verlaat, leggen de tranen die al uren achter Mya’s oogleden drukken, een waas voor haar ogen. Het gevoel van een sluimerende nachtmerrie suddert onder het oppervlak van haar besef en gedachteloos kijkt ze door het raam naar buiten. Langs de toppen van de kale coniferen, over de lege weilanden, verdwijnt de laaghangende winterzon achter de gebouwen van de stad in de verte. Ze stapt uit haar sneakers en loopt naar het bed waar het katoen van het overtrek kraakt als ze zich laat zakken. Langzaam legt ze haar hoofd neer en trekt haar knieën naar zich toe. Een traan tuimelt over haar wang als haar hoofd het bed raakt en laat een natte cirkel achter op het overtrek. Ze begraaft haar gezicht in het witte beddengoed en opgekruld als een foetus huilt ze zichzelf in slaap.

Blijf op de hoogte van Sietske Scholtens nieuwste boek via de nieuwsbrief , de Facebookpagina en het YouTube-kanaal van Sietske Scholten.

About

Reacties