De literaire thriller ‘Nu of nooit’

De penetrante geur van nachtzweet dringt langzaam door tot mijn bewustzijn. Ik voel de teleurstelling van het ontwaken. Ik wil terug naar de staat waarin ik zojuist nog verkeerde. Onwetend. De escapistische dromen waarin de mogelijkheden onbegrensd zijn. Met elke voorbijgaande seconde wordt het verlangen om terug te keren groter. Buiten hebben de vogels het hoogste woord. De dag is begonnen. Door mijn wimpers gluur ik naar de wekker. Nog dertien minuten rust voordat het ochtendritueel start. Ik sluit mijn ogen opnieuw en kruip dieper weg onder het dekbed zonder een enkel vermoeden dat deze dag voor een keerpunt in mijn leven gaat zorgen.

Het ritmische zuchten van Willem vertelt mij dat hij nog slaapt. Het minimale geluid dat hij voortbrengt kan ik amper verdragen. Zijn uitdijende lichaam in mijn bed. In mijn huis. In mijn leven. Het huwelijkse gevangenschap. Mijn ontnomen vrijheid. Niemand die mij waarschuwde toen ik dolverliefd onze liefde liet bezegelen op onze trouwdag. Een kus en een handtekening waarmee ik de begeerte naar zekerheid tegemoet kwam. Een uitgestippelde toekomst. De drang om controle te hebben over het leven. Ik was ervan overtuigd. Met mijn achtentwintig jaar dacht ik te weten wat ik wilde. Nu, bijna zestien jaar later, besef ik mijn gebrek aan zelfkennis toen. Of levenservaring. Of…

Ik weet niets meer zeker.

Waarom kon het niet blijven zoals het was? De liefde die ik voelde voor Willem. Ik was tevreden. Gelukkig zelfs. We waren een team. Willem en ik. We versterkten elkaar. Urenlang konden we met elkaar praten. Ik kon verdrinken in zijn ogen. Mijn lichaam was onverzadigbaar. Ik was verslaafd aan Willem in de dagen dat seks met hem nog erotisch was.

Hij laat me koud. Zijn hand gisteren die onverwachts mijn schouder betastte, terwijl ik tv lag te kijken. Onmerkbaar voor Willem schrok ik. Mijn blik gericht op de beeldbuis hoopte ik dat hij mijn hint begreep. Hij vervolgde zijn weg. Zijn hand verdween onder mijn shirt. Bevrijdde mijn borst uit mijn bh en kneep speels in mijn tepel. Onbewogen bleef ik liggen, starend naar de tv. ‘Kom je mee naar boven?’ fluisterde hij. Ik hoorde de onzekerheid in zijn stem. Hij had met moeite de hoge drempel gepasseerd. Al zijn moed had hij bij elkaar geraapt om mij aan te raken. Ik wilde dat hij stopte. Dat hij zijn hand wegtrok alsof hij zich vergist had. Dat we dit voorval zwijgend achter ons konden laten. Alsof er niets was gebeurd.

Willem verwachtte een reactie. Ik moest een keuze maken. Ik kon niet langer zijn avance negeren. ‘Daan?’ vroeg hij vertwijfeld. Eindelijk haalde hij zijn hand uit mijn shirt. ‘Ga je mee?’ Ik keek naar de klok boven de tv. Tien voor elf. ‘Het is al laat, Willem,’ zei ik zonder hem aan te kijken. Even bleef het stil. Daarna hoorde ik hoe hij naar de deur liep. Voorzichtig liet ik mijn adem ontsnappen, terwijl Willem de woonkamerdeur opende. Ik voelde dat hij naar me keek. Wat zou hij denken? Zou hij diep van binnen blij zijn dat ik niet toehap? Ik hoorde zijn voetstappen op de trap.

Zonder te kijken wachtte ik het einde van het tv-programma af. Met tegenzin ging ik naar boven. Om de confrontatie met Willem uit te stellen, ging ik eerst langs de kinderen. Emma’s deur stond op een kier. Zachtjes duwde ik haar deur open. Met haar arm geklemd om haar knuffelbeer zou ik bijna haar beginnend puberale gedrag vergeten. Ik knipte haar nachtlampje uit en verliet haar kamer.

Zo stil mogelijk opende ik Lucas’ deur. Het blauwe schijnsel verlichtte zijn gezicht in de donkere kamer. Zodra hij mij zag, verstopte hij zijn smartphone onder zijn dekbed. ‘Mam? Waarom kom je langs?’ ‘Om ervoor te zorgen dat jij je telefoon weglegt. Het is half twaalf, Lucas. Waarom slaap je nog niet?’ Met een diepe zucht liet hij mij weten dat mijn bemoeizucht niet op prijs werd gesteld. ‘Het bioritme van pubers is anders dan van volwassenen, mam. Ik kan er niets aan doen.’ ‘Als jij ervoor zorgt dat je school zich aanpast aan jouw bioritme, heb ik er geen problemen mee. Tot die tijd ga je op een normaal tijdstip slapen. Welterusten, Lucas.’ Ik sloot zijn deur achter mij. Wetende dat hij direct zijn telefoon weer tevoorschijn zou halen. Met zijn vijftien jaar moest hij de consequenties van zijn slaaptekort zelf maar gaan dragen.

Ik voelde de spanning in mijn lijf oplopen, terwijl ik onze slaapkamer inliep. Willem wilde waarschijnlijk praten. Wat moest ik zeggen? Dat de gedachte aan seks met hem mij onberoerd laat. Dat ik zijn lijf niet meer aantrekkelijk vind. Dat ik eigenlijk al jaren geen emotionele verbondenheid meer met hem voel. Ik zie dat hij zijn best doet. Dat hij aan het vechten is om mij terug te winnen. Ik wil niets liever dan opnieuw van hem houden. Maar ik heb geen idee hoe. Was alles maar anders. Maar wat is het alternatief? Dit is ons gezin. Lucas en Emma verdienen beter dan een gebroken gezin. Hun onvrede en verdriet om de scheiding tussen mij en hun vader zal mijn geluk in de weg staan. Ik zal mij moeten onderschikken en mijn gevoelens verbergen. Zwijgen over mijn gedachtes. In ieder geval nog een tijd, totdat de kinderen zelfstandig zijn. Misschien dan. Dat zou voor iedereen beter zijn.

Opgelucht kleedde ik mij uit bij het zien van het silhouet aan de andere kant van het bed. Ik gleed tussen de lakens en keerde me met mijn rug naar Willem toe. Denkend aan James viel ik in slaap.

2.

James had mijn hart aangeraakt. Hij had iets in mij ontwaakt wat ik al lang dacht verloren te zijn. Drie jaar geleden bij de kennismakingsavond van Lucas’ nieuwe school zag ik hem voor het eerst. Schuilend voor de regen onder de overdekte ingang van de school rookte hij een sigaret. Met Willem naast me passeerde ik hem. Hij hield mijn blik te lang vast. Nonchalance vermengd met zelfverzekerdheid. Ik werd mij bewust van elke beweging die ik maakte. Ik glimlachte hem toe, terwijl Willem de deur voor me open hield. Ik moest naar binnen. Het moment was voorbij.

Het overheersende geluid van de wekker van Willem haalt mij uit mijn overdenkingen. Terwijl ik doe alsof ik nog slaap, wacht ik totdat Willem de slaapkamer verlaat. De douche wordt aangezet. Het teken dat ik ongezien beneden kan komen. In mijn ochtendjas loop ik naar beneden, dek de tafel en zet de koffiemachine aan. Eerder dan ik verwacht, gaat de woonkamerdeur open. Twee armen pakken me vast rond mijn middel. Ik glimlach. ‘Goedemorgen meisje, heb je lekker geslapen?’ vraag ik Emma. Ze verstevigt haar greep. ‘Heerlijk! Mam, ik heb afgesproken met Marijn dat ik haar thuis ophaal, dus ik ga wat eerder weg.’ Ze laat me los en neemt plaats aan de tafel. Willem komt binnen en kijkt me aan. Ik weet niet wat er in hem omgaat. Ons oogcontact maakt me ongemakkelijk. Emma’s aanwezigheid geeft een excuus om niets te hoeven zeggen over gisteravond, maar zorgt er tegelijkertijd voor dat ieder woord dat ik wil uitspreken wordt gestremd. Uit onbehagen kijk ik weg en schenk een kop koffie voor mijzelf in die ik vervolgens onaangeroerd laat staan. Ik vlucht naar boven.

Nadat ik tevergeefs op Lucas’ deur heb geklopt om hem te wekken, laat ik de spanning met het douchewater van mij afglijden. Hoe kan ik dit ooit volhouden? Samenleven met iemand die aanvoelt als een vreemde. Waarom is alles zo ingewikkeld geworden? Waardoor dreven Willem en ik uit elkaar? En is het proces omkeerbaar? Ik heb het mij al zo vaak afgevraagd. De passie die er ooit was, moet toch nog ergens sluimerend aanwezig zijn? Hoe hard ik ook zoek, ik kan het nergens vinden. Misschien heeft Willem gelijk en moeten we de stap zetten om in therapie te gaan. Al zie ik het niet voor mij hoe een buitenstaander het dichtgegroeide pad naar de liefde voor Willem kan snoeien. Misschien moet ik mijn weerstand in therapeutische sessies en opgelegde conversaties opzij zetten. Het zou wel eens onze laatste kans kunnen zijn. Het allerlaatste gevecht voor het behoud van ons huwelijk.

Ik draai de kraan dicht en droog me af. Naakt loop ik de slaapkamer in en koppel mijn telefoon los van de lader. Een nieuw bericht. Mijn hart maakt een sprongetje.

‘Hey Daan, vandaag: 12.30 uur? J.’

In een sneltreinvaart vliegen mijn vingers over het geprojecteerde toetsenbord.

‘Ik zal er zijn. D.’

Mijn lichaam reageert. Mijn ontblote lichaam schreeuwt om begeerd te worden door de gewillige handen van James. Te lang heb ik hem niet gezien. Er was geen gelegenheid. De vijf hele uren die op dit moment nog tussen ons in staan, zouden stroperig voorbij kruipen, had de ervaring mij geleerd. Ik druk mijn telefoon tegen mijn borst, sluit mijn ogen en zie James liggen in het hotelbed. Zijn gedecideerde lach, terwijl ik mijzelf voor hem onthul. Als een leeuw die zijn prooi bespringt, komt hij overeind. Grijpt mij vast en gooit mij op het bed. Ik lach. Ik leef. Wachten op half één wordt een grote opgave. Mijn telefoon laat ik traag zakken langs mijn borst richting mijn navel. Verder naar beneden. Mijn ademhaling wordt trager.

‘Daan?’ Ik schrik van de plotselinge stem. Beschaamd draai ik mij om en zie Willem in de deuropening. Onopvallend probeer ik mijn meest intieme delen te beschermen voor het zicht van mijn echtgenoot. Waar ben ik mee bezig? ‘Wat doe je?’ vraagt hij aarzelend. Geïnterrumpeerd probeer ik mijzelf een houding te geven, terwijl ik tegelijk hard nadenk over een goede reden waarom ik hier sta. ‘Ik kreeg een berichtje en kon mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen. Tanja nodigt me uit vanmiddag. Geen idee hoe laat het gaat worden. Ik zet wel iets klaar in de koelkast voor jullie. Kun jij met de kinderen eten?’ Ik zie zijn gezicht ontspannen. ‘Natuurlijk. Ik moet naar mijn werk.’ Ik zucht onhoorbaar. ‘Oké, tot vanavond.’ Willem loopt de gang op. Ik laat mijn armen los die mijn naakte lichaam bedekte. Ik voel me betrapt en tegelijk ontkomen. De deur wordt dichtgetrokken, maar zwaait enkele seconden later weer open. ‘Daan?’ Willem kijkt me met een ernstige blik aan. ‘Ik zou graag vanavond met je willen praten.’ Ik zie de kwetsbaarheid in zijn ogen. ‘Over gisteravond.’ Weglopen heeft geen zin meer. Ik zal mijn koers moeten bepalen, voordat we het gesprek aangaan. ‘Is goed, Willem. We gaan praten. Maar niet vanavond. Morgen.’ Zijn gezicht betrekt. Teleurstelling. ‘Oké, morgen dan.’ Hij blijft naar mij kijken. Ik kijk naar hem. Wat wil hij? Willem komt langzaam op me af en houdt vlak voor mij stil. Een dun laagje lucht als stootkussen tussen ons in. Ik moet mijn hoofd een paar centimeter omhoog richten om in zijn ogen te kunnen blijven kijken. Ik voel me naakter dan naakt. ‘Je bent prachtig, Daan.’ Ik beweeg niet. Gevangen door mijn eigen aversie. ‘Dank je,’ zeg ik terwijl ik ons oogcontact verbreek. De stilte vult de ruimte. ‘Ik moet gaan,’ zegt Willem en hij drukt een twijfelachtige kus op mijn wang.

Ik kijk hem na als hij wegloopt. Hij doet zijn best. Waarom laat ik hem niet toe? Met een knoop in mijn maag kleed ik mij aan en storm zonder te kloppen Lucas’ kamer in. ‘En nu je bed uit! Elke ochtend moet ik je tig keer roepen! Ik ben er helemaal klaar mee!’ roep ik gefrustreerd tegen mijn slapende zoon die verbaasd zijn ogen opent. ‘Djies mam! Relax! Ik kom zo.’ En hij draait zich nog een keer om. De tranen springen in mijn ogen. Ik ben de controle kwijt.

3.

‘Mam, ik ga!’ roept Emma onderaan de trap. ‘Heb je je brood mee?’ roep ik, terwijl ik richting de trap loop om naar beneden te gaan. ‘Heb ik. Doei!’ Nog voordat ik bij de onderste trede ben, valt de deur dicht. Hoe belangrijk ben ik nog? Emma wordt met de dag zelfstandiger. En Lucas krijgt steeds meer zijn eigen leven. Uit school sluit hij zich op in zijn kamer. Verdiept in de sociale wereld op zijn telefoon krijgt hij amper nog wat mee van het gezinsleven. Hoe erg zou hij het vinden als zijn vader en ik uit elkaar gaan? Zou hij bij mij willen blijven? Ik kan het mij niet voorstellen. Een breuk zou er voor zorgen dat ik Lucas nog meer verlies.

Na de bruiloft konden Willem en ik niet wachten tot ik in verwachting zou raken. Een kindje zou de bekroning zijn op onze liefde, dachten we. Een mensje waarin onze genen waren samengesmolten en hervormd waren tot een compleet nieuw individu. Het zou ons voor eeuwig verbinden. Het geluk zou ervan afspatten net als in de dromen die ik had, terwijl we wachtten op een bevruchting.

Niet lang daarna bleef mijn menstruatie uit. Willem kocht een test. Op van de zenuwen plaste ik over het staafje en met de test nam ik plaats naast Willem op de bank. Met een jongensachtige glimlach keek hij naar me, pakte het staafje over en hield het verborgen in zijn hand. ‘We kijken tegelijk.’ In mijn buik woedde een storm van emoties. Er was geen plaats voor woorden. Drie minuten lang zeiden we niets. Toen opende Willem zijn hand. Beiden bogen we ons naar voren om beter te kunnen zien wat we van een afstand al zagen. De twee strepen die het begin markeerden van het afbrokkelen van ons samenzijn. Ik zag het niet. Hoewel mijn buik letterlijk steeds meer tussen ons in ging zitten naarmate hij groeide, droomde ik nog steeds over de romantiek van het gedeelde ouderschap.

Terwijl Lucas mijn lichaam verliet en glibberig op mijn buik werd gelegd, maakte mijn hart ruimte om van hem te kunnen houden. Vanaf nu was niets belangrijker dan het welzijn van dit kind. Deze nieuwe verantwoordelijkheid overviel me en raakte mij tot in het diepst van mijn ziel. Het moederlijke instinct nam mijn innerlijke stem over. Als een leeuwin hield ik Lucas in de gaten in de armen van zijn vader. Potentieel gevaar was overal. Al wilde ik niets liever, ik durfde nauwelijks te vertrouwen op zijn vaderlijk inzicht.

Had ik mijzelf anders op kunnen stellen? Had ik meer moeite moeten doen om Willem toe te laten? Was het mijn schuld? Ik was niet sterk genoeg om weerstand te kunnen bieden aan de oerdrift die mijn geest bezat en het moederschap liet spreken. Ik kon er niets aan doen. En toen ik na jaren moederen meer en meer mijzelf werd, had Willem zich teruggetrokken. Hij zag mij niet meer staan. Na ontelbare afwijzingen had hij geleerd niets meer te verwachten. De pogingen die ik deed om dichterbij hem te komen, werden op dezelfde wijze beantwoord als ik had gedaan. Werk, vermoeidheid, de kinderen, er was altijd een excuus. Het was een zeldzaamheid als het uiteindelijk tot een vrijpartij kwam tot op een bepaald moment de behoefte volledig verdween. Ik verzoende mij erin net als Willem al eerder had gedaan. Ik dacht dat we het niet nodig hadden.

Totdat ik James voor het eerst zag. Toen begreep ik dat ik mij had vergist. Ik kreeg James niet meer uit mijn gedachten. Wie was hij? Het intrigeerde me mateloos. Maar een speurtocht naar de onbekende aantrekkelijke man leek onbegonnen werk. Behalve dat hij op een of andere manier verbonden was met de middelbare school van Lucas, had ik geen enkel aanknopingspunt.

De tijd zorgde ervoor dat mijn fixatie afnam. Er ging ruim een jaar voorbij. Nietsvermoedend kwam ik met Willem het wiskundelokaal inlopen na een uitnodiging om te praten over Lucas’ verontrustende lage cijfers voor het vak. Het was alsof ik een klap in mijn gezicht kreeg. Mijn adem werd mij een kort moment ontnomen toen ik zag wie er in het lokaal op ons wachtte. Hij stond op. Stak zijn hand uit en raakte mij voor de eerste keer aan. ‘James van der Wiel,’ zei hij met een zware, maar zwoele stem. Stotterend zei ik mijn eigen naam en nam snel plaats op de stoelen die James aanwees. Het gesprek over Lucas’ werkhouding ging volledig langs me heen. Het waren de lippen van James waar ik oog voor had. Ik herkende mijzelf niet. Mijn hele lijf stond in vuur en vlam voor deze man die mijn zoon meerdere keren per week wiskundig inzicht probeerde bij te brengen.

‘Ben je het daarmee eens, Daan?’ vroeg Willem opeens. Wazig keek ik Willem aan. Ik had geen idee wat er was afgesproken. ‘Ja, prima,’ leek mij het veiligste antwoord. ‘Dan doen we het zo. Hartelijk dank voor uw komst,’ zei James. Hij stond op en schudde opnieuw mijn hand. ‘Dank u wel,’ zei ik met onvaste stem. Ik wilde mijn hand terugtrekken, maar voelde dat James hem vast bleef houden. Mijn hart stond stil. In zijn ogen herkende ik eenzelfde lust als ik voelde. Ik slikte. James liet mijn hand los en schudde vervolgens die van Willem. Kort en krachtig. De intensiteit van onze handdruk had ik duidelijk geïnterpreteerd. Totaal in de war gingen we naar huis. Een docent. Lucas’ docent. Ik had het aanknopingspunt gevonden.

De literaire thriller ‘Nu of nooit’ verscheen in de zomer van 2016 online. Publicatieverwachting als paperback en ebook: in de loop van 2018.

About

Reacties