De roman ‘Beet’

Diep verscholen tussen de bladeren van het struikgewas hield hij zich vast. Turend door het loof dat hem uitzicht gaf op het verlaten bospad. Het bladerdak boven hem bood enige weerstand tegen de brandende zon aan de strakblauwe hemel. De aanhoudende hitte van de afgelopen dagen had hem dorstig gemaakt. Langer onderdrukken was onmogelijk. De tijd drong. Ongeduldig keek hij uit naar de eerstvolgende passant. Een nietsvermoedend slachtoffer dat zijn honger zou stillen. Hij trok zich verder terug in de schaduw, terwijl de bladeren van het struikgewas die hem bedekten, dansten op de golven van de wind.

Hij veerde op bij het horen van de stemmen van een groep wandelaars in de verte. Onbezorgd naderden ze hem, zich niet van hem bewust. Even twijfelde hij of zijn schuilplaats hem tot het laatste moment voldoende dekking zou geven, maar een blik om zich heen gaf hem de geruststelling dat ze hem niet konden zien. De afstand werd kleiner en de groep duidelijker zichtbaar. Met toegeknepen ogen koos hij het slachtoffer dat het minst was bedekt door kleding. Het jonge vlees, slechts gehuld in een shirt met korte mouwen, een korte broek, sokken en stevige wandelschoenen, naderde het onzichtbare gevaar met grote passen. Hij bestudeerde zijn doelwit en berekende nauwkeurig op welk moment hij moest toeslaan om zijn prooi te kunnen grijpen. Deze poging zou slagen. Hij voelde het.

Volledig geconcentreerd ging hij klaarstaan. Nog drie meter, twee meter, één meter. Nu! Hij liet los. De zwaartekracht hielp hem de laatste centimeters tot zijn slachtoffer te overbruggen. Met een ongemerkte plof kwam hij terecht op de plek die hij had ingecalculeerd. Behendig greep hij zich vast en vervolgde zijn weg op zoek naar de juiste locatie. De deining maakte het moeilijker, maar zeker niet onmogelijk. Zijn doelwit had niets in de gaten. Eindelijk bereikte hij de rand waar het licht overging in duisternis. Hij rook de opwindende geur van huid. Het warme vlees waaronder het bloed rijkelijk stroomde. Met zijn mond raakte hij het vel, beet zich vast en zoog zich vacuüm. De verankering was een feit. Het is gelukt! dacht hij jubelend en hij voelde hoe het bloed van de getroffene zijn lichaam in stroomde. Een zucht van verlichting ontsnapte hem. In de goede hoop niet ontdekt te worden restte hem de komende uren enkel parasiterend genot.

Elise had niets gevoeld van de aanval en de beet die erop volgde. Sterker nog, ze had niet eens gehoord van zijn bestaan en het gevaar dat in hem schuilging. Schaterlachend om de verhalen van haar dierbaarste vrienden liep ze onbekommerd verder door het bos. En terwijl ze haar spieren sterkte om over een paar weken vier dagen lang veertig kilometer per dag te lopen tijdens de Nijmeegse Vierdaagse, zat er op haar lichaam iets dat ervoor zou zorgen dat de komende jaren alles in haar werd ontregeld, afgebroken en kapotgemaakt. Haar levensloop was met ongeluk besmet.

‘Volgende week zondag weer?’ vroeg Niels, toen ze de auto’s bereikten. ‘Wij zijn weer van de partij, toch Maria?’ vroeg Luuk, terwijl hij zijn vriendin aankeek. Ze knikte kort naar hem en gaf Elise drie zoenen op haar wang. ‘Ben jij er ook volgende week, Elise?’ vroeg Maria. ‘Natuurlijk.’ ‘Laten we dan aansluitend bij ons gaan barbecueën,’ stelde Janneke voor. ‘Onze buitenkeuken wordt deze week geïnstalleerd. Kunnen we hem meteen inwijden, Niels.’ ‘Dan zorgen Maria en ik voor bier en wijn,’ zei Luuk. ‘En Jaap mag niet ontbreken, Elise. Zeg tegen hem dat hij zijn racefiets voor een keer moet laten staan,’ riep Luuk, die de achterklep van zijn auto opentrok. ‘Ik zal het zeggen. Tot volgende week,’ antwoordde Elise.

Ze liet zich in de bestuurdersstoel zakken van haar eigen auto en trok de deur dicht. Vermoeid door de wandeltocht masseerde ze haar kuiten tegen de kramp. In haar achteruitkijkspiegel zag ze de auto van Niels en Janneke wegrijden van de parkeerplaats. Het zand stoof omhoog door de draaiende wielen. Het had al dagen niet geregend. Elise startte de motor van haar auto en claxonneerde naar Maria en Luuk, die naast hun geopende achterklep hun zanderige wandelschoenen inwisselden voor gemakkelijkere schoenen. Ze reed haar auto achteruit en ging het bospad op, de auto van Niels en Janneke achterna. Binnen enkele kilometers verruilde ze de zanderige bosweg voor het asfalt van de snelweg. Niels en Janneke waren uit het zicht verdwenen. Elise zette de airco hoger om de warmte te verdrijven en verzonk in gedachten over de naderende drukke werkweek. Na een klein half uur zag ze in de verte Deventer liggen. Nog even en ze was thuis.

Het huis was leeg. Jaap was nog niet terug. Ze liep de trap op en trok tegelijkertijd haar shirt uit, vouwde haar armen achter haar rug, maakte haar bh los en liet hem vallen op de vloer van de overloop. In haar slaapkamer schopte ze haar wandelschoenen uit en stroopte ze haar sokken af. De knopen van de gulp van haar afritsbroek haalde ze in één beweging open en ze liet hem langs haar slanke benen naar beneden glijden. Haar onderbroek liet ze volgen. Bij het passeren van de antieke passpiegel ving ze gedachteloos een glimp op van haar naakte lichaam. In de badkamer zette ze de douche aan. Ze draaide aan de mengknoppen tot het water een aangename temperatuur had bereikt. Voorzichtig stapte ze onder de straal en voelde het warme water langs haar lichaam glijden. Een genoegdoening na een flinke training. Haar spieren ontspanden.
Behoedzaam kneep Elise de vloeibare zeep uit de tube en smeerde die op haar washand. Met ruwe halen schrobde ze de restanten van het bos van haar lijf. De teek in haar lies boorde zich met zijn kop dieper in haar huid om de kracht van de washand te weerstaan. De dikke badstof waarmee ze haar hand omhulde, belette haar om de onregelmatigheid op haar huid te voelen.

In de uren die volgden, groeide het lichaam van de teek explosief door het bloed van Elise dat hem vulde. Maar zelfs in volgezogen toestand was hij niet veel groter dan een centimeter. Elise merkte hem niet op. Vijf dagen later liet hij zich voldaan los. Niets zichtbaars op de plek van de beet duidde op het bezoek dat Elise ongewild had ontvangen. Er was geen enkel teken dat haar had kunnen vertellen dat haar ongenode gast een allesvernietigend souvenir had achtergelaten. De Borrelia ­bacterie had zich in een moordend tempo vermenigvuldigd rondom de aangedane plek. Gemaskeerd door een laagje eiwit waarmee de spiraalvormige bacterie zichzelf had omhuld, had hij zich laten meevoeren in de bloedbaan van Elise zonder dat haar immuunsysteem ook maar iets in de gaten had. De indringers hadden zich vastgegrepen aan de zwevende rode bloedcellen, lieten zich meevoeren naar alle uithoeken van haar lichaam en boorden zich diep in haar celweefsel, waar ze zich oprolden om zich te verstoppen tot Elises weerstand zou afnemen en ze konden toeslaan om haar leven te ontwrichten.

Ik kende Elise toen nog niet. Ik kon haar niet behoeden voor deze gebeurtenis. Al zou ik er alles voor over hebben om die uit haar leven te wissen. Het zou haar leven hebben gespaard.

De roman ‘Beet’ is hier te koop als paperback en Ebook en via iedere boekhandel in Nederland en België.

About

Reacties