Nu of nooit

37 – Weg

Verward kijkt Mya van het handvat van het mes in Axels rug naar haar eigen bebloede handen. Ze begrijpt er niets van. In haar herinnering klopte de bouw van de man die het gat dolf met het postuur van Axel. Had ze te snel de conclusie getrokken dat het Axel was geweest? En als hij het niet was, wie dan wel? De herinneringen flitsen aan haar voorbij en steeds verder raakt Mya in gedachten, terwijl Sascha’s stem die telefoneren met de alarmcentrale naar de achtergrond verdwijnt. Met een klap trok Axel de deur van het herenhuis achter zich dicht...

36 – Zwijgen

Hoofdschuddend hakt Sascha met een keukenmes de wortelen op de snijplank in stukjes, terwijl ze Axel in de verdiepte living tegen Mya hoort praten. ‘Soms is de aangenomen waarheid beter,’ zegt hij met zijn lippen tegen Mya’s kruin. Voor haar ogen speelt zich de herinnering af van de spade die in de aarde wordt gestoken en boven het gat waarin Robin ligt, wordt geleegd. Het lichaam dat drie maanden lang in de donkere grond lag te ontbinden, weggevaagd van de aardbodem en gewist uit Mya’s geheugen...

35 – Verlamd

Mya is te verslagen om te protesteren. Haar spieren lijken verlamd als Axel een rolstoel voor haar bed rolt en haar bovenarm vastpakt om haar van het bed te helpen. Ze laat zich door hem meevoeren de rolstoel in. Hij legt haar spullen op haar schoot en rijdt haar de ziekenhuiskamer uit, langs de balie waar hij Mya’s ontslagbrief ontvangt, naar de lift. In de ondergrondse parkeergarage bereiken ze de Landrover en Axel helpt Mya uit de rolstoel de auto in. Op de bestuurdersstoel neemt hij plaats en hij stuurt de Landrover de garage uit...

34 – Shock

De telefoon glijdt uit Mya’s hand en valt naast haar op de bank. Het bos, het pad van lantaarns, de rooklucht die er had gehangen, ze weet waar het is en ze pakt haar telefoon weer op om de nummerinformatiedienst te bellen voor een taxibedrijf uit de regio. De reflectoren op de korte houten paaltjes die het fietspad scheiden van de zandweg reflecteren het licht van de taxi in de ingezette schemering. Zenuwachtig zit Mya achterin de auto en kijkt langs de hoofdsteun voor haar naar de ingang van de parkeerplaats van ‘De Veluwsche hoeder’...

33 – Dreiging

‘Mya?’ blafte Axel met zijn mond voor de sleuf van de brievenbus in de deur. ‘Doe open! Ik weet dat je hier bent.’ ‘Wat doet hij hier?’ vroeg Robin ongerust. ‘Geloof me, ik heb echt niets gezegd,’ verdedigde Mya zich. ‘Laat mij het maar regelen,’ en met zompige schoenen van de rode wijn liep Mya naar de voordeur. ‘Axel?’ zei ze, terwijl ze de deur opentrok. Axel duwde de deur tegen Mya aan en stormde wild naar binnen. Om hem te tegen te houden, pakte Mya zijn arm vast. ‘Houd je rustig, Axel...

32 – Geduld

Mya nipte van haar Latte en boog zich naar het raam waar ze door een van de kleine ruitjes naar buiten keek waar mensen met tassen vol kerstcadeau’s langsliepen. Maar ze zag niet dat Axel als een vage schim aan de overzijde van de winkelstraat half weggedoken achter een reclamezuil van de Kruidvat haar in de gaten hield. Urenlang had hij uitgekeken naar het oude pand waarin Mya zich bevond. Naar de steeg waarin Mya met een onbekende man en een matras gewikkeld in plastic, door een deur was verdwenen...